Dovenonderwijs verandert door het CI
Zo langzamerhand krijgen bijna alle doof geboren kinderen rond hun eerste levensjaar een Cochleair Implantaat (CI). Dit apparaat staat in direct verband met de gehoorzenuw, waardoor doven weer wat kunnen horen.
Door de massale toepassing van dit implantaat verandert ook de taak van het dovenonderwijs. Meer dan de helft van de doofgeborenen kan na een aantal jaar de overstap maken van de dovenschool naar het regulier onderwijs.
Het is niet stil in Magda's kleutergroep (4- en 5 jarigen). De kinderen roepen naar de juf, maken onderling soms grapjes en geven antwoord als juf Magda hen iets vraagt. Een normaal gezicht, maar een revolutie in het dovenonderwijs. 'Vroeger moesten de dove kinderen alsmaar kijken naar de juf', vertelt Magda. 'Want als je even niet oplette, miste je delen van de les. Nu kunnen ze zich weer als gewone, spelende kleuters gedragen.'
Dovenemancipatie
Magda Smooker zit al ruim 30 jaar in het dovenonderwijs. 'Ik begon toen doven moesten leren liplezen. Gebarentaal was toen ongewenst, omdat dat de taalontwikkeling van doven in de weg zou staan.' Begin jaren tachtig kwam de dovenemancipatie op gang. Magda: 'Toen moesten we juist gebaren. En nu worden we weer ingehaald door de techniek.'
De lessen op de dovenschool bestaan weer voor een groot deel uit spraaklessen. 'Het is onze taak om hun communicatieve vaardigheden optimaal te ontwikkelen. De doofgeborenen hebben natuurlijk al een achterstand, vergeleken met horende kinderen, omdat ze niet vanaf het allereerste moment kunnen horen. En ze horen anders dan horende kinderen.'
Bovendien is de school ervan overtuigd dat ook kinderen met een cochleair implantaat moeten leren gebaren. 'Als de batterij op is, als ze in bad gaan, naar het zwembad of aan het strand zitten, moet het implantaat uit. Dan zijn ze weer doof en moeten ze een andere manier hebben om te kunnen communiceren.'
Taaltraining
Bij een groot aantal kinderen leidt de intensieve taaltraining op de dovenschool ertoe dat ze straks weer kunnen instromen in het reguliere onderwijs. Dan is hun taalniveau net zo hoog als bij gewone horende kinderen. Maar bij lang niet alle kinderen, waarschuwt Magda. 'Er zijn altijd kinderen bij wie het apparaat om een of andere reden niet aanslaat, of er niet voor in aanmerking komen omdat hun doofheid een andere oorzaak heeft. En er zijn kinderen die hun taalachterstand vanwege meervoudige handicaps nooit zullen inhalen. Voor hen blijft er een plekje op onze school.'
Kijk hier voor het bijbehorende filmpje
Bron: RNW/ doven.eigenstart.nl

