SKGZ: Zorgverzekeraars moeten tweede cochleair implantaat vergoeden

Volgens de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ) moeten zorgverzekeraars onder bepaalde voorwaarden een tweede cochleair implantaat bij dove kinderen vergoeden.


Volgens de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ) moeten zorgverzekeraars een tweede cochleair implantaat bij dove kinderen vergoeden. Voorwaarde is dat:

  • het kind jonger is dan acht jaar
  • plaatsing van het tweede implantaat niet later dan twee jaar na plaatsing van het eerste implantaat geschiedt
  • bij het oor waarvoor het tweede implantaat is bedoeld, sprake is van afwezigheid van restgehoor.

De SKGZ wijkt in haar (bindend) advies af van het standpunt van het CVZ. Daarin wordt geconcludeerd dat alleen bij postmeningitis-doofheid plaatsing van het inwendige deel in bij beide oren tot de verzekerde aanspraken behoort. In andere gevallen is volgens het CVZ de meerwaarde nog niet wetenschappelijk aangetoond.

De zorg is daarom niet conform de stand van de wetenschap en praktijk en valt om die reden niet binnen de wettelijke grenzen van de Zorgverzekeringswet. 
De SKGZ onderschrijft de conclusie van het CVZ, maar is desondanks van mening dat de onderhavige ingreep in redelijkheid niet onthouden kan worden aan een nader te duiden groep patiënten.

De commissie verwijst naar een eerder advies waarin zij heeft overwogen dat spraakverstaan in een rumoerige omgeving en richtinghoren van belang zijn voor de ontwikkeling van een kind. Het plaatsen van een tweede cochleair implantaat op jonge leeftijd bij een kind dat doof is, kan hiertoe volgens de commissie in belangrijke mate bijdragen. De commissie is daarom van oordeel dat bovengenoemde omstandigheden ertoe leiden dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is de criteria van de Zorgverzekeringswet in de situatie van deze groep verzekerden toe te passen.

Eerder dit jaar heeft het CVZ de minister van VWS geadviseerd om het bilateraal cochleair implantaat bij jonge kinderen met congenitale doofheid tijdelijk in de Zorgverzekeringswet op te nemen om zo wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit en doelmatigheid mogelijk te maken. In haar reactie op dit voorstel heeft minister Schippers laten weten dat zij gelet op de budgettaire krapte in de zorg voor dit voorstel met ingang van 2012 geen financiële dekking kan vinden. 
Voor de zomer is een motie over dit onderwerp kamerbreed aangenomen. VWS werkt aan de invulling hiervan.

Advies SKGZ 17 augustus 2011
Bron: SKGZ