Kerstgedachte: Je doet ertoe...

Een mooie weergave van het verloop van een les Kunst en Cultuur op de Guyotschool voor VSO te Haren door Anja Nutters-Stornebrink.


Maandag na de themadag van vrijdag bespreken we de ervaringen van die dag.

De leerlingen hebben ter voorbereiding van de workshop ‘inspirerende muurteksten’ grote panelen geschuurd
 en in de grondverf gezet. Afgelopen vrijdag hebben groepjes leerlingen teksten op de panelen aangebracht waarmee je iemand die het leest een goed gevoel geeft. Het gevoel dat je er toe doet.

De locatie-directeur heeft vandaag een foto van de werkstukken op Twitter gezet en omschrijft de resultaten als ‘Prachtig! ’
Ik laat de leerlingen de foto zien en vertel dat er iemand trots is op de kunstwerken. Daar hebben jullie ook aan gewerkt.
Van hun gezichten lees ik onbegrip.

We bespreken de teksten en struikelen over de geschreven taal.
 In gebaren leg ik uit wat er staat. De Nederlandse tekst komt over. ‘Ik beslis dat ik het kan’, dat vinden ze wel prima.
 Dat kunnen ze zelf ook zeggen. De Engelse tekst is cryptisch.
‘my Eye is my Ear, my Hand is my Mouth’
. Denkbeeldig verplaats ik mijn rechteroog naar mijn rechteroor. Daarna gaat mijn gebarende rechterhand voor mijn mond, alsof
 de gebaren uit mijn mond komen. Dat is lachen. Zo gebaar je niet! En een oog kan niet in je oor. Nee, natuurlijk niet.
 Maar het is wel een leuk idee! Misschien kan je oor wel naar je oog? Nee, dat is toch net zo lastig. En het ziet er niet uit.

Dan praten we over gebaren gebruiken. Waarom is dat zo gemakkelijk voor jullie? Verschillende antwoorden komen op tafel.
Ik heb dit op mijn hoofd.
Ik heb een oorhanger.

Ik hoor wel, maar kan niets zeggen.

Ik kan het niet verstaan als iemand met me praat.
Dus gebruiken jullie gebaren om iets te zeggen? Ja. Klopt.
 Komen de gebaren dan toch uit je mond? Vraagtekens vullen de ruimte. Het blijft raar.

Ze kennen het verschil wel tussen ’horend’ of ‘doof’ zijn. En dat is niet raar, dat mag.

We stappen over naar vandaag, de panelen zijn klaar.
 We kunnen weer verder met het leren kleuren mengen.
 De zelfportretten komen uit de la en we kijken naar elkaars huidskleur. Ze zijn niet hetzelfde. Bruin met goud en zwart, wit met oranje en blauw, bruin met blauw en oranje, wit met groen en oranje. 
Een huidskleur komt niet uit één pot verf.
 Een huidskleur moet je mengen.

De gezichten worden ingeschilderd.
 Drie kleuren vormen samen een huidskleur.
 Goed kijken van welke kleur je veel of weinig nodig bent.
 Eén leerling heeft water nodig. Dat mag.
 En een potlood. Dat mag.
 Dan wordt hij kunstenaar en spettert met zijn vingers druppels water op zijn zelfportret. Aandachtig mengt hij de kleuren door elkaar op papier.
 Met potlood tekent hij zijn ogen en mond. 
Gedreven wordt het witte papier bedekt met huidstinten en verdwijnt het gezicht in de achtergrond. Het maakt me stil. 
Eén voor één komt een geschilderd portret op het bord te hangen.
 We kijken naar de verschillende tinten en vertellen elkaar hoe de kleuren zijn gemaakt. De makers zijn zichtbaar tevreden over hun werk.
 We tikken het af met een ‘high five’.


Ze doen ertoe.
 Deze les maakt mijn dag.