Zorg voor mensen met een zintuiglijke beperking verbeterd, maar ook voor verbetering vatbaar

logo IGZ

De 24-uurs zorg aan mensen met een visuele en/of auditieve/communicatieve beperking is over het algemeen op orde. Dat stelt de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in haar rapport van eind december. In de meeste organisaties de medezeggenschap formeel goed geregeld en waren de meeste cliënten tevreden over de regie die ze over hun eigen leven hadden. Maar de Inspectie had ook kritiek.

Aandachtspunten voor de zorg

De IGZ constateert in haar rapport dat er geen sprake is van structurele sectorbrede risico's. Hoewel de sector dus al veel zaken goed op orde heeft, vindt de IGZ verdere verbeteringen wel noodzakelijk. De knelpunten waar de IGZ hier risico's ziet zijn niet nieuw, in 2003 signaleerde zij dit ook al. Met name de vereiste verbeteringen van zorg- en ondersteuningsplannen en de rechtspositie van de cliënt hebben onvoldoende aandacht gekregen in de afgelopen jaren. De Inspectie zal de vinger aan de pols blijven houden. Interessant is de constatering van de Inspecteur-Generaal, prof. dr. Van der Wal: “Opvallend is dat deze verbeteringen vooral nodig zijn bij de grote landelijk werkende ‘concerns’. Deze constatering doet, opnieuw, een samenhang vermoeden tussen de kwaliteit van de zorg en de grootte van de organisatie en/of de kleinschalige wijze van werken.”

Gebrek aan continuïteit
De Inspectie wees ook op het gevaar van het gebrek aan continuïteit in de zorg. Dan gaat het over problemen met de personele bezetting (ziekteverzuim, verloop), maar ook over onvoldoende afstemming tussen de  medewerkers of tussen de zorgvoorziening en school of dagbesteding. Maar ook gaat het over doorplaatsing, vervolgopvang: voor veel cliënten is er na de schoolleeftijd nog geen vervolgzorg beschikbaar. Een groot punt van zorg voor veel ouders en dus voor de FODOK.

Daarnaast voelt de FODOK zich ondersteund in haar overtuiging dat door alle zorgaanbieders samen gewerkt moet worden aan scholingsbeleid. Een van de suggesties die in dit rapport gedaan werden, betrof juist die samenwerking op het gebied van scholing:
 “De kwaliteit maar ook de continuïteit van de zorg komt onder druk te staan door een dreigend tekort aan deskundig personeel. Veel werkeenheden hebben problemen bij het op peil houden van hun personele bezetting. De oudere, vaak meest ervaren, krachten vertrekken en nieuwe, vaak onvoldoende opgeleide, medewerkers komen hiervoor in de plaats. Dit leidt niet alleen soms tot communicatieproblemen, bijvoorbeeld door het ontbreken van kennis van de gebarentaal bij medewerkers, maar ook tot het gevaar van ondersignalering, bijvoorbeeld door het ontbreken van enige medische basiskennis. De noodzaak van intensieve scholing van deze nieuwe medewerkers leidt tot knelpunten in de bezetting en verminderde scholingsmogelijkheden voor het ‘oude’ personeel. Organisaties worden hierdoor voor moeilijke keuzes gesteld tussen het garanderen van voldoende kwantiteit of in kwaliteit van de bezetting.”
En: “De deelsector zintuiglijk gehandicaptenzorg doet er goed aan de dreigende personeelsproblemen gezamenlijk aan te pakken. Op dit moment wordt de urgentie van dit probleem vooral zichtbaar in de werkeenheden die zorg bieden aan mensen met een auditieve en/of communicatieve beperking. Verwacht kan worden dat ook andere werkeenheden op korte termijn met dit probleem te maken zullen krijgen.
Meerdere organisaties hebben hun eigen antwoord ontwikkeld op dit probleem. Ze investeren structureel in scholing en leveren de nodige inspanningen voor het behouden en werven van medewerkers. De inspectie doet de aanbeveling dat alle werkeenheden gebruikmaken van de kennis, ervaring en good practices in de eigen sector.
De intramurale zorg aan mensen met vaak complexe meervoudige beperkingen vraagt om specifieke specialistische kennis, zowel bij het maken als [bij] het uitvoeren van de zorg- en ondersteuningsplannen. De sector beschikt over die kennis en kan en moet die kennis sectorbreed overdragen. Gezamenlijke investering van de sector in scholing en deskundigheidsbevordering ligt voor de hand.”

Voor meer informatie:www.igz.nl/publicaties/rapporten/1772323/zintuigelijke-beperking