Nóg een taal

Tot nu toe ging het over twee talen: Nederlandse Gebarentaal en Nederlands. Maar er zijn ook kinderen die te maken hebben met nóg een taal, namelijk de landstaal van hun ouders. Voor horende kinderen is het geen probleem om Nederlands te leren en daarnaast bijvoorbeeld Turks of Arabisch. Thuis horen ze mensen die taal spreken en zo leren ze hem vanzelf. Voor kinderen die niet goed horen, is dat een stuk moeilijker. Op school wordt veel aandacht besteed aan het Nederlands en het is niet makkelijk om thuis nog een andere gesproken taal te leren. Het is wél belangrijk om die taal te leren, om mee te kunnen doen met de rest van het gezin. Daarom is het goed als thuis naast de Nederlandse Gebarentaal ook de taal van de familie wordt gebruikt. Ouders kunnen hun kind helpen om die taal zo goed mogelijk te leren. De gezinsbegeleiding kan tips en adviezen geven.