Spraakafzien

Het gesproken Nederlands is voor dove mensen alleen toegankelijk via spraakafzien (liplezen). Het grote probleem bij spraakafzien is dat je maar ongeveer een derde van wat gezegd wordt kunt aflezen. Naar de rest moet je raden. Probeer maar eens: als je zonder stem ‘rood’ en ‘groen’ zegt, kun je het verschil niet zien! Hoe moeilijk spraakafzien is, merk je ook als je het geluid van de televisie uitzet: hoe veel begrijp je dan nog? Voor jonge dove kinderen is spraakafzien nog veel moeilijker, want zij kennen de taal nog niet. En als je de woorden niet kent, kun je ze ook niet hérkennen.