Audiologisch onderzoek

Gehoorverlies in beeld brengen

Een CI heeft alleen zin als er sprake is van volledige doofheid of ernstige slechthorendheid. Minder ernstige verliezen kunnen soms worden behandeld (denk aan trommelvliesbuisjes) en anders zullen hoortoestellen worden uitgeprobeerd.

Het in kaart brengen van het gehoorverlies gebeurt door audiologisch onderzoek in een audiologisch centrum (AC). Het is vrij ingewikkeld om vast te stellen wáár de gehoorschade precies zit en hoe groot de schade is.  

  • Wáár zit de gehoorschade?
    Een CI wordt meestal alleen toegepast bij ernstig perceptieverlies, dat wil zeggen ernstige schade aan de trilhaartjes in het slakkenhuis. Dat is namelijk (vooralsnog) niet te genezen. Het komt echter voor, zeker bij kleine kinderen, dat er sprake is van een gemengd verlies: dan is er sprake van een perceptieverlies met daar bovenop een zogeheten geleidingsverlies ten gevolge van middenoorproblemen. Middenoorproblemen zijn vaak wél te verhelpen. Het kan dus voorkomen dat een kind bij de eerste audiologische tests helemaal doof lijkt te zijn, maar ook middenoorproblemen heeft. Als de middenoorproblemen zijn opgelost (bijvoorbeeld door een antibioticumkuur of het plaatsen van trommelvliesbuisjes) dan kan het totale gehoorverlies mee vallen.

    Een moeder vertelt: "Op zijn eerste verjaardag kreeg ons zoontje een BERA. Die was helemaal vlak. De analist die het onderzoek uitvoerde was duidelijk geschrokken maar zei alleen maar "ik kan u verder niets over de resultaten vertellen, op het audiologisch centrum moeten ze er eerst verder naar kijken".  Maar het leek mij geen goed teken. 

    Enkele weken later op het audiologisch centrum werd vastgesteld dat er vocht achter het trommelvlies zat. Er was toen een wachtlijst van 3 maanden voor het plaatsen van trommelvliesbuisjes. Als ik toen geweten had, hoeveel verschil het zou maken, zou ik wel gezeurd en gezocht hebben naar een arts die het sneller kon doen!

    Toen uiteindelijk de buisjes geplaatst waren en we deden wij de hoortoestellen, die tot dan toe eigenlijk geen enkel effect hadden, weer in, ging er werkelijk een wereld voor ons kind open! Hij begon steeds te lachen als hij wat hoorde.

    Een paar weken later begon hij te brabbelen. Het bleek uiteindelijk dat we een slechthorend kind hadden, toch heel wat anders dan helemaal doof"

  • Hoe groot is de de gehoorschade en hoe reageert het kind op hoortoestellen?
    Als een kind voor alle frequenties aan beide oren een verlies van 120 dB heeft dan zullen hoortoestellen weinig effect hebben. Ligt het verlies echter gemiddeld rond de 90 dB, dan is het zeker de moeite waard om hoortoestellen uit te proberen. Sommige kinderen reageren daar erg goed op. Maar ook als de hoortoestellen uiteindelijk onvoldoende resultaat geven en een CI in beeld komt, is het goed om met hoortoestellen te beginnen en ze zoveel mogelijk te dragen tot de  CI-operatie. Hoe jonger het kind went aan geluidsprikkels, hoe beter.

Waar kan je terecht?
Audiologisch onderzoek wordt uitgevoerd op een AC (audiologisch centrum). Daarvan zijn er meer dan 30 in Nederland. Een overzicht vindt u op www.fenac.nl. Een aantal van deze AC's is verbonden aan een CI-team (voor een overzicht zie www.opciweb.nl). Voor het eerste bezoek aan een audiologisch centrum is een verwijsbrief van de huisarts, KNO-arts, kinderarts of andere specialist nodig.

Soorten audiologisch onderzoek
Op de website www.hoorzaken.nl wordt uitgelegd welke typen audiologisch onderzoek er zijn. Voor sommige onderzoeken, zoals een BERA, is een (lichte) narcose nodig.

Van audiologisch centrum naar CI-team
Waarschijnlijk zal het audiologisch centrum bij verliezen van 90 dB of meer aan beide oren de ouders aanraden het kind aan te melden bij een CI-team. Ouders kunnen echter ook zelf het initiatief nemen om dit te doen. 

Soms komen ook kinderen met een minder sterk gehoorverlies in aanmerking voor een CI, bijvoorbeeld als er sprake is van een bijkomende visuele handicap of auditieve neuropathie.

terug