Factoren die de resultaten kunnen beïnvloeden

Revalidatie - een heel traject

Als een CI voor het eerst wordt aangesloten, moet de gehoorzenuw wennen aan de prikkelingen en de hersenen moeten leren om de binnenkomende signalen te interpreteren.

Door wennen, oefenen en het verfijnen van de afstelling gaan de meeste CI-gebruikers in de loop van de tijd steeds meer verschillende geluiden onderscheiden en herkennen. Dit heet revalidatie.

Hoe snel de revalidatie verloopt, verschilt enorm van geval tot geval. Bij kinderen gaat de ontwikkeling vaak nog heel lang door.

Sommige kinderen zullen uiteindelijk kunnen telefoneren, terwijl anderen hun CI op den duur vooral gebruiken om geluid te signaleren. Waarom dit zo is, kan niet altijd volledig worden verklaard.

Er zijn wel factoren te noemen, die de kans op een goed hoor-resultaat verhogen:

  • Een jonge leeftijd of een korte periode van (volledige) doofheid
  • Een horende of slechthorende voorgeschiedenis: de hersens hebben al geleerd geluid en gesproken taal te interpreteren (dit zijn kinderen die progressief slechthorend zijn, of doof zijn geworden door een hersenvliesontsteking)
  • Een goede reactie op hoortoestellen
  • Een normaal aangelegde gehoorzenuw en een normale bouw van het slakkenhuis
  • Geen bijkomende ontwikkelingsproblemen
  • Een communicatief ingesteld kind
  • Een omgeving met intensieve aandacht en begeleiding, technisch-audiologisch maar ook gericht op communicatie en taalontwikkeling

Let wel, ook bij kinderen die alle factoren ‘mee hebben’ komt het soms voor dat de resultaten tegen vallen, om onbekende redenen. Een verstandig arts zal dus nooit op het succes vooruitlopen maar altijd een slag om de arm houden.

 

terug