Statistieken over oudere kinderen die een CI krijgen

Kinderen die doof geboren worden, worden pre-linguaal doof genoemd. Dat betekent: doof vóórdat de taalontwikkeling op gang gekomen is. Hoe langer een kind helemaal doof is, hoe kleiner de kans dat een CI een goed resultaat geeft. Het vermogen van de hersenen om geluid te leren interpreteren, neemt af in de loop van de jaren. CI-centra implanteren een kind tegenwoordig het liefst vóór de leeftijd van 24 maanden. Soms wordt er een leeftijdgrens gesteld. Bij kinderen ouder dan 7 jaar zijn de verwachtingen erg laag. 

Er zijn ook kinderen die post-linguaal doof genoemd worden. Zij zijn horend of slechthorend geboren, maar in de loop van de jaren is hun gehoor achteruit gegaan. Zowel geleidelijke als heel snelle verslechteringen zijn mogelijk. Ook kan een kind plotseling doof worden vanwege een hersenvliesontsteking. Tot slot zijn er kinderen die zwaar-slechthorend zijn vanaf de geboorte en bij wie het restgehoor gebruikt wordt om zoveel mogelijk gesproken taal te verstaan. Deze kinderen kunnen ook nog op latere leeftijd in aanmerking komen om hun hoortoestel te vervangen met een CI.

Post-linguaal dove kinderen krijgen steeds vaker een CI. De resultaten zijn iets beter voorspelbaar, omdat het gehoor al gestimuleerd is geweest en de (gesproken) taalontwikkeling al op gang is gekomen. Dat is in principe gunstig. Toch kan ook hier op voorhand geen garantie gegeven worden op goede resultaten. Er kan sprake zijn van bijkomende problematiek. En helaas komt het ook voor dat de resultaten tegenvallen zonder dat er een goede verklaring voor is.

Ook voor post-linguaal dove kinderen die een CI krijgen geldt dat er weinig statistieken zijn over de resultaten met een CI. Deze groep is niet vergelijkbaar met de groep van pre-linguaal dove kinderen, maar ook niet met pre-linguaal dove volwassenen die een CI krijgen.

terug