De beste leeftijd om met CI te beginnen

Over het algemeen geldt: hoe korter de periode van volledige doofheid, hoe gunstiger. Het vermogen van de hersenen om geluid te leren interpreteren, neemt af in de loop van de tijd. Als je wilt dat je kind zoveel mogelijk profiteert van een CI, zal je daarom snel willen handelen. 

De meeste doofgeboren kinderen die een CI krijgen, worden tegenwoordig geopereerd als ze tussen de 12 en 24 maanden oud zijn. Oudere doofgeboren kinderen kunnen wel geïmplanteerd worden, maar de verwachtingen zijn dan lager.

Het vaststellen van de mate van doofheid
Tegenwoordig wordt doofheid meestal heel vroeg ontdekt. Dat is gunstig. Het probleem is vaak, dat niet meteen duidelijk is hoe doof een kind is. Als de hoordrempel bijvoorbeeld bij 90 dB ligt, kan het kind met goede hoortoestellen mogelijk tóch genoeg geluid waarnemen om de taalontwikkeling op gang te brengen. Men zegt dan dat er bruikbare hoorresten zijn en deskundigen zullen dan minder gauw geneigd zijn om een CI te adviseren.

Het is niet heel eenvoudig om vast te stellen of er bruikbare hoorresten zijn. Daarvoor moet het kind enige tijd hoortoestellen dragen. Dan kan gekeken worden hoe de reacties zijn op geluid. Het is echter vaak een heel gedoe om jonge kinderen hoortoestellen te laten dragen, zeker als het gaat om een baby die nog niet kan zitten.

Ook zijn baby's en peuters heel vaak verkouden, hebben ze verstopte oren of looporen. Dan is het moeilijk betrouwbare uitspraken te doen over de mate van het gehoorverlies en de werking van de hoortoestellen.

Over het algemeen gaat er enige tijd overheen voordat het duidelijk is of het gehoorverlies zo groot is, dat een CI zinvol is. Audiologisch onderzoek speelt een belangrijke rol in deze fase.

Hersenvliesontsteking: spoed!
Als een kind doof geworden is tengevolge van een hersenvliesontsteking, dan is het belangrijk om zo snel mogelijk te handelen. Dat komt omdat er kans is op 'verkalking'  (ook wel 'verbening' genoemd) van de slakkenhuizen, in de periode na de hersenvliesontsteking. Als de slakkenhuizen eenmaal verkalkt zijn, wordt het moeilijker om een CI goed in te brengen. Daarom worden kinderen die doof geworden zijn na een hersenvliesontsteking bij voorkeur binnen enkele maanden geïmplanteerd, meestal aan beide oren.

Laat-dove kinderen en zwaar slechthorende kinderen.
Er zijn ook kinderen die laat-doof of "post-linguaal" doof genoemd worden. Zij zijn horend of slechthorend geboren, maar in de loop van de jaren is hun gehoor achteruit gegaan. Dat kan geleidelijk gegaan zijn, maar plotselinge verslechteringen komen ook voor. Als spraakverstaan met hoortoestellen te weinig oplevert, dan is een CI voor deze kinderen meestal een goede optie. Zij zijn immers opgegroeid met gesproken taal en hun hersenen zijn al getraind om geluid en spraak te interpreteren. (Vandaar het woord "post-linguaal" - dat verwijst naar het feit dat de gesproken taalontwikkeling al op gang is gekomen.)

Verder zijn er kinderen die zwaar slechthorend zijn vanaf de geboorte, en bij wie het restgehoor gebruikt wordt om zoveel mogelijk gesproken taal te verstaan. Terwijl deze kinderen tien jaar geleden niet in aanmerking kwamen voor een CI, komt het nu steeds vaker voor dat bij zwaar slechthorende kinderen hun hoortoestel vervangen kan worden door een CI.

lees verder