Opvang en onderwijs voor kinderen met CI

 

  • Van 0 tot 4 jaar: gezinsbegeleiding

Kinderen die doof of zwaar slechthorend zijn aan beide oren, komen vanaf de geboorte in aanmerking voor gezinsbegeleiding. Behalve thuisbegeleiding wordt in de meeste regio's ook groepsgewijze opvang georganiseerd. Vaak gaat het om een paar ochtenden in de week maar er zijn ook regio's met hele-dag opvang. De groepsgewijze opvang is meestal voor kinderen vanaf 1,5 jaar. 

Gezinsbegeleiding: ook voor kinderen met CI!
Ook als je kind waarschijnlijk een CI gaat krijgen, is het belangrijk om contact op te nemen met de gezinsbegeleiding. Zij hebben veel ervaring met jonge dove kinderen, mét en zonder CI. Zij kunnen je helpen om de communicatie met je kind op gang te brengen, in de periode vóórdat het kind een CI krijgt. In de periode na de aansluiting komt het horen met CI op gang. Bij ieder kind gaat dat anders. Het gaat meestal niet vanzelf en de hulp van de gezinsbegeleiding kan een waardevolle aanvulling zijn op de adviezen van het CI-team.

Klik hier voor meer informatie over de gezinsbegeleidingsdiensten

 

  • Vanaf 2,5 jaar: speciaal onderwijs

Vanaf de leeftijd van 2,5 jaar kunnen kinderen met een hoorbeperking in Nederland naar speciale scholen.  Dit zijn zogenaamde 'cluster 2 scholen': gespecialiseerd in onderwijs aan kinderen met een communicatieve beperkingen. Daarvan zijn er 51 in Nederland. Bij communicatieve beperkingen gaat het ook om kinderen met spraaktaal problemen en een bepaalde vormen van autisme. De meeste cluster-2 scholen vangen ook kinderen met gehoorproblemen op.

Doof of slechthorend?
Ook de tradtionele dovenscholen vallen onder cluster 2. Vroeger was er een strikte scheiding tussen de dovenscholen (met de nadruk op Nederlande Gebarentaal) en de scholen voor onderwijs aan slechthorende kinderen (waar onderwezen wordt in gesproken Nederlands). De trend is nu dat deze scholen naar elkaar toegroeien. Voor kinderen met een CI is dat een goede zaak. Bij een kind dat nog maar kort een CI heeft is immers nog niet vast te stellen welke communicatie-vorm (Gebarentaal of gesproken Nederlands) het meest geschikt is. Er bestaan echter nog steeds genoeg verschillen tussen de scholen. Het is daarom verstandig om 'rond te kijken'.

Let op! Als je kind met CI ingeschreven is op een school voor onderwijs aan slechthorende kinderen, dan kan het zijn dat de school een indicatie 'SH' heeft aangevraagd, omdat in sommige regio's een SH- school geen toestemming heeft om onderwijs te geven aan dove kinderen. Als je de stap naar het regulier onderwijs overweegt, dan heeft een kind met CI echter meer baat bij een indicatie 'doof' omdat dat recht geeft op een veel ruimer budget. Als je wilt weten of je kind mogelijk in aanmerking komt voor een indicatie 'doof', meld je dan aan bij de trajectbegeleider van een school voor dove kinderen. Die vind je via de websites van de REC's cluster 2 (klik hier voor meer info)

 

  • Andere kinderopvang

In principe is het ook mogelijk om je kind naar een gewone crèche of kinderdagverblijf te laten gaan. Je kunt dan speciale begeleiding aanvragen bij de Gezinsbegeleiding. Echter de meeste kinderen met CI die jonger zijn dan 4 hebben de extra begeleiding die het speciaal onderwijs kan bieden hard nodig.



Vanaf 4 jaar: kiezen?

Je hebt het recht om te kiezen
Vanaf 4 jaar kun je kiezen voor je kind: (blijven op) speciaal onderwijs of je kind inschrijven voor het regulier onderwijs. Komt je kind van het speciaal onderwijs, dan heeft het al een indicatie. Met die indicatie kan de reguliere school extra budget krijgen en ambulante begeleiding aanvragen. Als je kind op 4-jarige leeftijd rechtstreeks naar een reguliere school gaat, is het verstandig (maar niet verplicht) om een indicatie aan te vragen.

Eenzaamheid en vermoeidheid op het regulier onderwijs
Steeds meer kinderen met CI gaan naar het regulier onderwijs, mét of zonder rugzak. Uit onderzoek (bv. Jet Isarin: "Zo hoort het. Dove kinderen in het CI-tijdperk: een participatieonderzoek; van Tricht uitgeverij 2008) blijkt dat deze kinderen over het algemeen het onderwijs redelijk kunnen volgen maar dat ze vaak oververmoeid zijn en dat ze meestal niet echt bij de groep horen. Vooral als ze wat ouder worden en het kinderspel vervangen wordt door kletsen, wordt het moeilijk.

Kiezen is moeilijk
Veel ouders hebben het idee dat het niveau van het speciaal onderwijs laag is, en dat hun kind daardoor te weinig leert. Dat maakt een afweging extra moeilijk. Om ouders bij deze belangrijke en moeilijke keus te helpen heeft de FODOK een boekje geschreven: "Een school kiezen voor uw ernstig slechthorende of dove kind met of zonder CI". Dit boekje is te bestellen bij de FODOK of gratis te  downloaden.

 

Expertise op de dovenscholen

Steeds meer ouders kiezen voor regulier onderwijs voor hun kind met CI. De expertise van de dovenscholen is daardoor moeilijker in stand te houden. De FODOK maakt zich daar zorgen om.

 

Onderwijsindicaties voor kinderen met CI

Waarvoor dient een indicatie?
Zonder een indicatie
 heeft een kind met CI géén recht op extra ondersteuning in het onderwijs.  Mét een indicatie krijgt het kind recht op extra budget.  

Er zijn verschillende soorten indicaties:

  • indicatie Doof  (voluit: indicatie voor het onderwijs aan dove leerlingen)
  • indicatie SH (voluit: indicatie voor het onderwijs aan slechthorende leerlingen)
  • indicaties Doof-MG (voluit: indicatie voor het onderwijs aan meervoudig gehandicapte dove kinderen)
  • indicatie SH-MG (voluit: indicatie voor het onderwijs aan meervoudig gehandicapte slechthorende kinderen)

Op de website van REC2Holland-Flevoland staat een duidelijk overzicht van de criteria die gelden voor de verschillende indicaties.

Als je kind één van deze indicaties heeft, kun je kiezen:

  1. je kind inschrijven bij school voor speciaal onderwijs
  2. je kind inschrijven bij een reguliere (gewone) school; het kind krijgt dan extra ondersteuning betaald uit 'de rugzak' , ook wel 'leerlinggebonden budget' genoemd

Verschillen tussen indicaties
Vooral voor kinderen die met een rugzak op het basisonderwijs zitten maakt het veel uit welke indicatie zij hebben. Een indicatie 'doof' levert  bijvoorbeeld ruim 2 keer zoveel geld op voor de school als een indicatie 'SH'. Ook de ambulante begeleiding krijgt 2 keer zoveel geld voor een 'dove' leerling als voor een 'slechthorende' leerling. Al met al kan dat het verschil betekenen tussen iedere dag een uur individuele aandacht, of 2 keer per week een half uur individuele aandacht voor je kind!

Voor het voortgezet onderwijs zijn de verschillen tussen de indicaties een stuk kleiner.

Ook de geldigheidsduur verschilt: een indicatie 'Doof' is 4 jaar geldig; een indicatie 'slechthorend' is 3 jaar geldig (aanpassing wet aug. 2008)

Kinderen met CI
Voor kinderen met CI geldt volgens de wet  'dat de indicatie wordt vastgesteld 2 jaar na implantatie, mét CI'. 

Als het kind de CI korter heeft dan 2 jaar, wordt de indicatie vastgesteld zónder CI; dan krijgt het dus een indicatie 'doof'. Deze is vervolgens wel 4 jaar geldig!

Het lijkt dus verstandig om tijdig een indicatie 'doof' aan te vragen:

  • Een indicatie 'doof'biedt (veel) meer ondersteuningsmogelijkheden op het regulier onderwijs dan een indicatie 'SH'
  • Een indicatie voor SH-onderwijs is moeilijker te krijgen: er wordt niet alleen naar het gehoorverlies gekeken; ook moet worden aangetoond dat er een leerachterstand is of dat er sprake is van ernstige communicatieve beperking, én er moet worden aangetoond dat de reguliere zorg op school niet voldoende is. Er moet dus een heel dossier worden aangelegd met onderbouwende rapporten.

Aanvragen van een onderwijs indicatie
Kijk op de pagina Scholen, ambulante begeleiding en onderwijsindicatie's