Puberteit en grenzen

Het kan leuk en levendig zijn om een puber in het gezin te hebben, maar het kan ook ingewikkeld zijn. Dat is zo bij horende en bij dove pubers. Een dove puber heeft nog wel extra redenen bij waarom hij zich tegen jou zou willen afzetten: jij noemt hem doof, hij vindt zichzelf slechthorend; jij bent horend, hij niet; hij heeft die gebaren helemaal niet nodig; ‘jullie praten ook altijd zo onduidelijk’, enzovoort.

De weg naar zelfstandigheid

Vanuit je bezorgdheid over de beperkingen van je kind, kan het zijn dat je hem in zijn bewegingsvrijheid beperkt, terwijl hij al wel aan meer zelfstandigheid toe is. Je zult als ouder al doende je verwachtingen moeten afstemmen op je kind en zoeken naar het evenwicht tussen niet te veel en niet te weinig. Iedereen moet zelf die gulden middenweg proberen te bewandelen. Het is daarbij wel goed om te bedenken dat een nieuwe stap altijd een avontuur is. Nieuwe dingen lukken niet altijd direct, je moet kunnen oefenen. Ergens aan toe zijn wil ook niet zeggen dat je iets kunt, maar dat je het kunt gaan proberen, eventueel met vallen en opstaan. Je helpt een kind verder door hem uit te dagen om nieuwe dingen te proberen. Ook al zijn tempo en volgorde van leren soms anders, ook een doof kind heeft die prikkel nodig. Wanneer je als ouder nog twijfelt of je kind ergens aan toe is, is de tijd er vaak wel rijp voor.

Een spel van loslaten en vasthouden

Zelfstandigheid bevorderen is een voortdurend spel van loslaten en vasthouden, van niets doen en ingrijpen. In dat spel ontstaan nogal eens misverstanden tussen ouders en kinderen. Jongeren kunnen zich flink afzetten tegen de aanpak die hun ouders bedenken. Vaak overzien zij op dat moment niet wat je als ouder probeert te doen, dat inzicht komt meestal pas later. Maar ouders beoordelen hun kind op hun beurt ook vaak sterk vanuit hun eigen positie. Het helpt soms om te bedenken hoe je zelf was op die leeftijd. Dat begrip is belangrijk, want zelfstandigheid bevorderen is vooral een samenspel tussen ouder en kind. Het ene kind heeft veel aanmoediging en complimenten nodig, de ander komt pas in beweging als hij pittig commentaar krijgt. De een wordt strijdbaar van tegenslag, de ander laat de moed dan al gauw zakken. Het zijn dat soort signalen waarop je als ouder moet zien in te spelen.

Help je kind zichzelf te helpen

Het is zinvol regelmatig bij jezelf te rade te gaan over de zelfstandigheid van je kind: zou je je horende kind anders aanpakken en zo ja, is dat verschil terecht; wat doen horende jongeren zelf en kan jouw dove kind dat misschien ook? Je kunt ook bij anderen te rade te gaan en ideeën opdoen door met andere ouders van een doof kind te praten over hun aanpak, of met dove volwassenen over hun ervaringen op dit gebied. Je dove kind helpen groeien naar zelfstandigheid is soms ingewikkeld, daar is niets aan te doen. Je weet nooit zeker of je het goed doet, maar het is in ieder geval goed om er actief mee bezig te zijn. Want je kunt als jongere alleen leren door zelf te doen, en daarbij heb je het meeste aan ouders die je ondersteunen en die op de achtergrond voor je klaar staan. Ouders dus, die je helpen jezelf te helpen.

Vergoelijk nooit met: ‘Ach, hij is doof'

Er zijn dove jongeren – met of zonder cochleair implantaat - die zich helemaal afkeren van alles wat met doven en doofheid te maken heeft. Zij willen meedoen met de horenden. Maar er zijn er ook die juist aansluiting zoeken bij de dovengemeenschap, soms om zich daarmee af te zetten tegen hun ouders. Probeer als ouder binnen redelijke grenzen mee te bewegen met je kind, keur niet direct alles af, maar laat ook niet over je lopen. Vergoelijk onaanvaardbaar gedrag nooit met: ‘Ach, hij is doof, hij weet dat allemaal niet zo precies.’ Misschien weet hij het inderdaad niet precies, maar dan zal hij van jou moeten horen wat wel en wat niet mag en welke sancties volgen als hij iets doet wat niet mag. Maak daarover zo nodig ook afspraken met de school.

Liefdevol grenzen stellen

Oudere doven zeggen terugkijkend op hun schoolperiode wel dat ze te weinig gecorrigeerd zijn en ook uit recenter onderzoek van Jet Isarin naar de situatie van dove en slechthorende jongeren in Nederland kwam naar voren dat in het speciaal onderwijs soms te veel wordt getolereerd van leerlingen. Daar help je een doof kind niet mee, het wordt voor hem dan alleen maar moeilijker om later te voldoen aan de eisen die de horende maatschappij aan hem stelt. Liefdevol grenzen stellen: een uitdaging waar iedere puberouder en iedere docent zich voor gesteld ziet...